Roadtrippin’

Mensen die me volgen op Instagram zagen het al voorbij komen. Eind juni/begin juli bevond ik mij in de USA.  Dit keer voor een stukje dat we nog niet gedaan hadden: The South. De reis bracht ons in Atlanta, Nashville, Memphis, Vicksburg, Natchez, New Orleans, Fort Walton Beach, Tallahassee, Savannah, Charleston en terug in Atlanta. Ik weet niet wat het is met Amerika en mij, maar elke keer als ik er ben, voelt dat als thuiskomen. En terwijl ik dit typ, heb ik alweer heimwee naar daar. Geen idee of ik snel zal kunnen teruggaan, maar ik hoop dat het alvast niet de laatste keer was.

Ik neem je even mee langs de steden die we gedaan hebben:

Op dag 2 liepen we door Nashville toen de avond daar viel en dat was prachtig. Ik hield eigenlijk wel van deze stad. Niet van het centrum met alle countrybars, want dat was me te druk. Wel van de gezellige buitenwijken met typische huizen en hun ‘porches’ met schommelstoelen. Was het niet dat ik wist dat het er even hard kan regenen als hier, ik had me er al een buitenverblijf gezocht :–D.


In Memphis gingen we ‘ribbekes’ eten bij BB King’s. Of zeg maar liever ribben. Een collega van me had op me voorhand al gewaarschuwd. Je krijgt er een megarib en maar een minipotje coleslaw. Voor mij had dat wat meer mogen zijn, maar het was wel superlekker. Verder bezochten we ook Graceland. Ik ben geen Elvisfan, maar dit moest ik toch eens gezien hebben. Wat mij daar vooral bijbleef waren de hoeveelheid televisies in dat huis en die zotte Jungle Room. Kitsch ten top :-)!



Over Vicksburg en Natchez kan ik kort blijven, ik vond daar niet veel te zien. In Vicksburg bezochten we het National Military Museum en in Natchez heb ik de Mississipi eens van dichtbij gezien. ‘Nuff said’.



Vervolgens kwamen aan in New Orleans en dat was een voltreffer op vele gebieden. Ik werd er onmiddellijk verliefd op het leuke hotel waar we zaten: Old No.77 Hotel & Chandlery. Dat was mooi ingericht, had deurhangers waarvan de copywriting kon tellen, een goed restaurant waar een runner-up van top chef de plak zwaaide (met trouwens ook lekker ontbijt en goeie koffie). Kortom de hipster in mij was door het dolle heen.




De stad was indrukwekkend. Het had iets Europees en Latijns-Amerikaans tegelijk (te danken aan de Franse en Spaanse invloeden). Verder had het iets donker met de voodoo shops en kerkhoven die in menig serie/film een rol spelen. Een geweldige combo vond ik.



Ik was wel minder fan van de typische keuken. Die gumbo vond ik niet slecht, maar ook niet lekker. Grits vond ik niet te eten. Enkel Jambalaya kon me bekoren. We deden er een kookworkshop, maar die viel dus dik tegen. Alles was al vooraf gesneden. Plan was dat ik zou snijden en Tim zou koken, want ik kan niet goed koken. Stond ik daar zelf in de pannen te roeren of liever orders op te volgen, want veel vrijheid kreeg je er niet. Het resultaat was dus niet lekker en ik weet dat mijn vent goed kan koken, dus dat lag niet aan hem :-). We hadden dit vooraf betaald en het was erg duur, zeker de moeite niet waard.

Na New Orleans arriveerden we in Fort Walton, een stadje waar ik graag wat meer van had gezien. Het had er zo te zien prachtige stranden, maar die hebben we (dankzij een upgrade) alleen vanuit de hotelkamer gezien. We arriveerden er om 17u ’s avonds en tegen dat we gedaan hadden met eten, was het al pikdonker. Toen we verder reden was ik ook omvergeblazen van de grote waterpretparken die er in Florida waren. Ik had er supergraag eens eentje gedaan, maar dat zal voor een andere keer zijn.

Van Talahassee heb ik om een gelijkaardige reden enkel de hotelkamer gezien. En door Savannah zijn we ’s morgens even doorgereden. Deed me erg denken qua stijl aan New Orleans.

In Charleston kwamen we ook tijd te kort. Tim had nl. het lumineuze idee dat hij een iPad wilde aanschaffen. Dus heb ik er van de winkeltjes die er waren, vooral de Apple Store gezien. Daarna zijn we doorgereden naar het lokale park om er de moerassen te zien. ’s Avonds na het eten zijn we er gelukkig nog kunnen gaan wandelen en het was echt een leuk stadje. Je had het gevoel ineens in de Caraïben beland te zijn. De winkeltjes waren er niet allemaal de typische ketens, dus was het jammer dat ik er niet kon shoppen (volgens mij had Tim dat met opzet gedaan ;-)). Maar goed da’s een reden om nog eens terug te gaan.



Ten slotte arriveerden we terug in Atlanta op the 4th of July. We bezochten er die dag het ‘museum’ of doe-center, zo je het wil, van Coca-Cola. Wel eens fijn om te doen. Vooral tasting room, waar je alle smaken van Coca-Cola producten van over heel de wereld kon proeven, was nogal ‘speciaal’. Je bleef er zowat aan de grond plakken van alle suikers. Het was trouwens niet allemaal even lekker.


’s Avonds gingen we naar het vuurwerk kijken. Wat een zotte bedoening was me dat. De aanloop ernaar vond ik nogal saai. Er waren wat optredens van lokale bands, die niet zo goed waren. Op het einde van de avond stonden CeCe Peniston en Bobby Brown op het programma. ‘Ons CeCe’ zingt echter niet zo toonvast en in het midden van Bobby Brown z’n optreden zijn ze maar met het vuurwerk begonnen. Als ware het een soort signaal dat hij er mee mocht kappen (en terecht ;-)). Maar dat vuurwerk, volgens mij is er daar voor ettelijke miljoenen in de lucht geschoten en ook elders in Atlanta zag en hoorde je niets anders dan vuurwerk. Ik zag ook constant brandweerwagens uitrukken. Volgens mij is dat voor die mannen een van de drukste dagen van het jaar. Hopelijk kan ik the 4th ooit eens bij Amerikanen thuis vieren. Dat lijkt me nog veel leuker. Of in New York, dat zou het schijnt ook de moeite, en om een of andere reden twijfel ik daar niet aan :-).


Op onze laatste dag in Atlanta bezochten Tim en ik nog CNN. Wat voor mij, als journalist van opleiding, toch best indrukwekkend was. Dat gebouw is een half dorp. En ook de ruimte waar ze het nieuws voorbereiden/maken was enorm groot. Het is eigenlijk nooit m’n droom geweest om daar te werken, maar toen ik het zag, snapte ik eigenlijk niet goed waarom. Het leek me echt een ‘speeltuin’ als journalist.


Het grote nadeel van deze reis dus wel dat we vaak tijd te kort hadden. We boekten deze reis op voorhand met Connections. Onze laatste reis naar de States was bijna uitgedraaid op een financiële kater en dat wilden we op deze manier vermijden (doordat de hotelkost, kost van de vluchten en de wagen op voorhand vastlag). Het grote nadeel was dat dit veel minder vrijheid gaf en we dus niet konden beslissen om steden zoals Vicksburg en Natchez links te laten liggen en wat langer te blijven in Fort Walton of Charleston. Maar toch beklaag ik het mij nog steeds geen seconde dat we geweest zijn. Net zoals onze andere reizen naar de States was het er namelijk weer eentje om nooit te vergeten. Op naar de volgende …

Instant happiness

“You can’t buy happiness”, wordt wel eens gezegd. Toch geloof ik dat je in beperkte mate geluk kan kopen. Het zit hem dan in kleine dingen. Zo kan ik immens gelukkig worden van muziek. Van die soort dat je een paar noten hoort en er onmiddellijk een smile op je gezicht verschijnt.

Ik zet hieronder een aantal ‘instant happy nummers’ op een rijtje:

  1. Justin Timberlake – Can’t stop the feeling. “Got that sunshine in my pocket. Got that good soul in my feet.” Kan er iemand blijven stilzitten, wanneer hij of zij dit nummer hoort? Ik alvast niet en dat is een kunst! Want ik ben helemaal geen danser.
  2. Bart Peeters – Lepeltjesgewijs. Ik zou heel die man zijn oeuvre hier kunnnen oplijsten, maar daar zal ik later nog wel een boekje over opendoen. Dit nummer komt in het lijstje, omwille van het aanstekelijke deuntje.
  3. Hooverphonic – Amalfi. Als ik dit nummer hoor, waan ik mij altijd op vakantie. Het stond ook in onze playlist van Andalusië vorig jaar en die hebben we mooi gerecycleerd tijdens onze roadtrip in de USA. Ik ben nog nooit aan de Amalfi-kust geweest, maar Hooverphonic doet er mij altijd goesting in krijgen.
  4. Ed Sheeran – Shape of You. Voor deze had ik wat langer nodig om ervan overtuigd te raken, omdat ik zijn vorige cd’s/singles zo goed vond, maar ondertussen ben ik helemaal mee. Ook superblij dat ik kaartjes heb voor zijn optreden in Werchter. Een gitaar en zijn stem, meer heeft Ed Sheeran niet nodig om zalen plat te spelen.
  5. Isabelle A – Eyo. Liefde voor Muziek was dit jaar een topeditie. En tot mijn grote verbazing heb ik mij nog het meest geamuseerd met de aflevering met K3-muziek. Het brengt je in vakantiestemming. Zon, een cocktail en K3, meer heeft een mens blijkbaar niet nodig ;-)!

Virtual Reality afternoon tea

Op zaterdag 17 juni werd ik door het team achter So Buzzy uitgenodigd voor een Virtual Reality afternoon tea bij Hotel Bloom. Ik was op voorhand benieuwd wat dat zou geven. Het virtual reality gedeelte bleek om een rondleiding door het hotel te gaan. De hapjes waren dus gelukkig echt 🙈!

Zo’n VR-bril opzetten, deed in het begin wat vreemd aan. Het was wel serieus de moeite en ik vermoed dat er eigenlijk nog veel meer mogelijkheden zijn. We kregen later nog een ‘echte’ rondleiding door het hotel. Ik was erg blij om het hotel op deze manier te leren kennen. Het lijkt me de ideale uitvalsbasis voor als ik nog eens de 20 km van Brussel loop (toch wel de leukste loopwedstrijd die ik tot nu toe deed). Bovendien ben ik heel benieuwd naar de wafels en toppings die je bij het ontbijt kan maken/nemen (ja, ik denk echt altijd aan eten :-)).

Het werd een leuke namiddag met enorm fijne babbels. Dat vind ik nog steeds het leukste aan bloggen: de mensen die je ermee leert kennen. Ik word niet vaak uitgenodigd voor dit soort events, maar de eerste keer dat dit gebeurde, was het serieus uit m’n comfortzone komen. Ondertussen heb ik al een aantal keer zelf afgesproken met bloggers, die ik enkel van hun online verhalen ken. Die ervaringen hebben me geleerd dat het sowieso leuk wordt. En ik krijg daar energie van, van zo’n namiddag. Dus bedankt Kel om me uit te nodigen. En ook bedankt voor de echte hapjes, Hotel Bloom 😂!

Zwemles: 1 jaar later

Iets meer dan een jaar geleden, op woensdag 8 juni 2016, stond ik in het zwembad, een beetje met knikkende knieën, klaar voor mijn eerste zwemles. De geur van chloor die mijn maag helemaal deed draaien.

Met zwemmen en mij is het nl. altijd een haat-liefde relatie geweest. Al van bij de watergewenning verzon ik excuses om niet te moeten gaan. Hoeveel ik als kind toen gesmeekt heb om thuis te mogen blijven, omdat ik buikpijn had. Niet dat dat lukte, maar ik herinner me dat dus nog en toen was ik nog een kleuter. Waarom ik het toen zo hardvochtig haatte weet ik wel niet meer. Mss hadden de andere kinderen me kopje onder geduwd? Of mss was het omdat ik niet zo snel leerde als de rest? Geen idee …

Daarna kwam het moeilijk leren zwemmen en in het middelbaar hoor ik ze nog roepen: “Peeters, hoofd onder water”, waarna ik altijd een halve lengte moest zitten proesten. Niet voor niets zei m’n zwemleraar de eerste lessen dat hij de angst in m’n ogen zag als ik met m’n hoofd onder water moest. We gingen een 5-tal keer per jaar zwemmen in de middelbare school en minstens twee keer daarvan gebruikte ik mijn menstruatie als excuus. Want ja daar zijn geen andere oplossingen voor ;-).

Soit we zijn dus een jaar verder en ik zwem crawl zonder hulpmiddelen in een 25 meter bad. Zonder constant langs de kant te moeten rusten, omdat de conditie er nog niet is. Ik ben er nog niet helemaal, want ik span m’n core nog niet genoeg op tijdens het zwemmen, maar ook daarin ziet m’n zwemleraar verbetering. Traag maar gestaag lukt het me, dat zwemmen. Het is nu vooral grote liefde en veel minder haat. En die knikkende kniëen, de angst om met m’n hoofd onder water te gaan en dat misselijk gevoel als ik de chloor ruik. Dat is gelukkig ook allemaal verdwenen 🙂 …

De medaille

Sinds ik sport heb ik al heel wat medailles binnengerijfd. Het gaat hem dan vooral om de gedachte dat je iets tot een goed einde hebt kunnen brengen: 5 km Dwars door Mechelen, 10 km Dwars door Mechelen, Ten Miles, 20 km van Brussel … Toch was ik nooit zo trots als toen ik vorige week zondag (28 mei) mijn medaille in ontvangst mocht nemen. Het was een bloedheet weekend geweest. En het weekend van de 1.000 km van KOTK.


In de voorbereiding was het me al een aantal keer pijnlijk duidelijk geworden. Fietsen ligt me veel minder dan lopen, maar ik doe het voor alle duidelijkheid wel graag. Meer dan eens speelt mijn maag op als ik op de fiets zit. Ik heb een maag die vanboven slecht afsluit en daarmee samenhangend reflux. De houding die je op een racefiets hebt, komt dat niet echt ten goede. Dat je moet eten om 125 km te kunnen rijden, helpt  niet echt. Op de fiets kan ik minder verdoezelen dat ik een slechte dag heb. Want dan komt die man met de hamer langs en dan rijd je op den duur nog slechts 15 km/uur. Voor de niet-fietsers onder ons: da’s traag :-). Bij het lopen, loop ik dan gewoon door, wat meer puffend dan anders.

Gelukkig ben ik ook op de fiets een doorzetter en zo gebeurde het dat ik tijdens de voorbereiding eens 129 km reed, terwijl ik al na 44 km voelde dat het niet meer ging. Een goeie 85 km op karakter dus. Dat moest ik dan achteraf bekopen. Bij lopen doe je dan ook verder op karakter, maar ben je de volgende dag fris als een hoentje. Bij fietsen was ik daarna twee dagen ongelofelijk loom, had ik niks energie. Ook omdat ik geen sportdrank drink en niet genoeg kan bij eten. De tank was dan vaak letterlijk leeg.

Dus staken de twijfels de kop op. Gemiddeld reed ik 20 km/uur en ik moest in het peloton van de 24 km/uur meekunnen (het traagste peloton van de 1.000 km). En wat als ik weer een slechte dag had?

Sfeervol weekend in groep

De eerste twee dagen van het lange weekend begonnen mijn teamgenootjes al aan hun ritten. Ik vatte op donderdag post aan de middagstop in Bornem. De eerste twee teamgenoten kwamen over de streep en ook een vriend van Tim deed zijn etappe. Op donderdagavond en vrijdagavond moedigde ik mijn teamgenoten aan, aan de aankomst in Mechelen. De max, ik was al helemaal opgeladen door de sfeer en het plezier onder teamgenoten en hun partners deed me goed. De volgende dag was het aan mij.


’s Ochtends deden mijn twee teamgenoten hun etappe. In de namiddag reed ik van Ingelmunster naar Mechelen en één van m’n twee teamgenoten die in de voormiddag al reed, zou in de namiddag verder rijden met mij. Ik voelde me goed en de hitte boezemde me geen angst in. Ik had tenslotte al gelopen in zo’n temperaturen en dat is nog zwaarder. Mijn energierepen veranderden tijdens de rit wel in chocomelk, maar eigenlijk had ik vooral water nodig. Dus geen erg. Alles liep goed tot aan de bevoorrading.  We hadden wat moeten afremmen, omdat er nog te veel andere pelotons aan de bevoorrading stonden. En iemand uit ons peloton voelde zich niet lekker, dus stonden we aan de bevoorrading lang stil. Bovendien bleek tot overmaat van ramp dat de drinkfonteinen die ik gebruikt had om mijn drinkbussen te vullen geen plat water, maar spuitwater bevatten. Dan maar schudden met die bussen om de prik eraf te krijgen.


Vervolgens bleken we zo achter te liggen op schema dat de teamkapiteins serieus door begonnen te rijden. Met momenten reden we tegen de 30 km/uur. Ik liet m’n teamgenote nog weten dat ik dit tempo in deze hitte niet zou blijven volhouden. Maar zij bleef me een hart onder de riem steken en loodste me al zingend door de moeilijke momenten. En dan ineens, iemand kreeg plotseling een bloedneus en een andere dame viel bijna flauw. Daar stonden we weer stil te wachten tot iedereen meekon. Ik kreeg een flesje plat water en ik herleefde. Vanaf toen begon het gezond verstand te primeren. Een vrouwelijke teamkapitein maande iedereen aan om op een normaal tempo te rijden. En gelukkig ging het daarna weer wat vlotter voor me.

Op 30 km van de streep kregen we nog een extra tussenstop door de hitte. Nog een halve liter plat water naar binnen werken en door richting Mechelen. Ook aan die laatste tussenstop stonden we weer lang stil, een aantal mensen namen plaats in het volgbusje (allemaal mannen kwam een vrouwelijke teamkapitein ons later zeggen ;-)). Zij werden op 5 km van de eindstreep terug in het peloton gezet, zodat we allemaal samen over de streep konden. Wel mooi vond ik, tenslotte kan je altijd iets tegenkomen onderweg.

En zo kwam het dat we niet om kwart na zeven, maar pas om half negen over de streep kwamen in Mechelen. Een onbeschrijfelijk gevoel. Mijn supporters en teamgenoten schreeuwden me naar de meet. Kiekenvlees krijg ik er nog van als ik eraan denk.


Ik heb hier harder voor moeten werken dan voor eender welk ander sportevenement. Maar het was het zó waard. Bovendien vind ik het heel fijn dat fietsen een teamsport is. Ik loop alleen en doe dat met veel plezier, ik zwem alleen en ook dat is fijn. Fietsen doen Tim en ik vaak met z’n tweetjes. Maar tijdens de voorbereiding heb ik een aantal keer het geluk gehad van in groep te kunnen rijden. Mijn teamgenote was echt van onschatbaar belang tijdens mijn rit. Nogmaals bedankt daarvoor Sofie. En het plezier dat ik met de hele team gemaakt heb tijdens de voorbereiding en tijdens het weekend van de 1.000 km, dat was onvergetelijk! Topteam, topdames!!!

Zondag stond ik opnieuw aan de streep of wat dacht je? En sloten we het weekend in schoonheid af. Gisteren reed ik terug een toertocht van 95 km en met enige trots kan ik zeggen dat ik die al veel beter verteer dan andere ritten die ik deed. Mijn lichaam wil stilaan mee en heb zelfs geen last gehad van mijn maag. Hopelijk mag ik dat meer meemaken :-).

En volgend jaar, volgend jaar doe ik terug mee aan de 1.000 km. Zelfs team, zelfde sport, zelfde sfeer, laten we dat afspreken.

PS Rijd je zelf met de fiets en vraag je je af waar je die mooie outfitjes van ons kan vinden? Die zijn van Little Black Bike, het merk voor damesfietsoutfits van mijn teamgenote Angélique Dupré. Je kan ze hier shoppen: http://www.littleblackbike.cc/

Moe

Ik ben moe, het vat lijkt even op. Ik weet niet wat er scheelt dus als er iemand het herkent, dan mag je altijd tips geven.

Een tijd geleden schreef ik nog dat ik ijzer- en b12-tekort had. De ijzerpilletjes gaven me even een boost, maar die lijkt nu voorbij en de b12 neem ik nog steeds. Toch gaat het op en af met m’n energie. De ene dag voel ik me kiplekker. De andere dag raak ik met moeite m’n bed uit. De laatste dagen ben ik ook heel duizelig.

Even dacht ik aan een herval in klierkoorts (de diagnose werd al twee keer bij me gesteld) of CMV. Maar buiten de vermoeidheid wijst er niets in die richting. 

Het lijkt me ook geen burn-out, want ik doe m’n werk nog steeds graag en het is er zeker niet te druk. En een depressie is het ook niet, want ik voel me mentaal kiplekker. Het is enkel m’n lijf dat niet meewil en da’s frustrerend.

Ik heb al gedacht aan overtraining, omdat ik het aantal kilometers dat ik fiets noodgedwongen snel heb moeten opdrijven. En door m’n maagproblemen kan ik tijdens het fietsen mijn calorieën niet voldoende aanvullen, maar ik voelde me al moe voor m’n fietstrainingen zo begonnen toe te nemen.

Deze morgen stond ik op met barstende hoofdpijn weer duizelig en doodmoe. Ik dacht even wat langer te blijven liggen, want het was m’n thuiswerkdag en dan kan dat wel. Maar natuurlijk kon ik ondanks de vermoeidheid niet meer slapen. Ik voelde me miserabel en had het nu wel gehad. Naar de dokter bellen voor een afspraak dan maar en in afwachting nog wat doorwerken.

Aangekomen bij de dokter voelde ik me echt belachelijk, want er is natuurlijk niks dat wijst op ‘ziek’ zijn. Er is die vermoeidheid, m’n bloeddruk was as usual weer aan de lage kant. Maar verder: geen koorts, geen keelpijn, geen maagpijn, geen buikpijn, geen oorpijn, geen opgezette klieren. Dan wordt het moeilijk natuurlijk. Hij heeft me wat ijzer voorgeschreven om tussendoor te nemen. Omdat dat tenminste tijdelijk een oplossing bood. Hij dacht dat het een virus was en ik moet het wat rustiger aan doen. Ik kreeg een ziektebriefje voor vandaag, maar aangezien ik al een groot deel van de dag gewerkt had, heb ik de werkdag uitgedaan en ben ik daarna ik de zetel gekropen. 

En hier zit ik nu. Ten einde raad, ik wil gewoon terug mijn energierijke zelf zijn. Weten waar het probleem zit. Te meer omdat de kinderwens er natuurlijk is en ik besef dat ik nu nog veel tijd heb voor mezelf en om te slapen. Dat dat met een kindje erbij er zeker niet beter op wordt. En ook voor mezelf. Pas op er zijn weken dat ik ineens bulk van de energie dan denk ik dat het probleem eindelijk over is. Om dan weer eens zo hard met m’n neus op de feiten gedrukt te worden.  Zoals ik al aan het begin van deze blog zei als iemand tips heeft ze zijn welkom. En als m’n vatje met energie zich ineens weer vult dan laat ik het zeker weten!

‘Den Draad’

Sinds december ga ik draadloos door mijn sportleven. Toen ik in 2014 begon met lopen werd dat vaak bepaald door ‘den draad’. “Welke draad?”, hoor ik je nu denken. De draad van mijn de hoofdtelefoontjes die in mijn iPhone staken. Om één of ander manier zaten die altijd in mijn weg. Ik had eerst van Apple zelf, daarna ging ik sportoortjes halen. Die zaten beter in m’n oren, maar de draad zat mogelijk nog harder in de weg. Zo heb ik een aantal jaren gelopen, ik werd het gewend. En dan gaf mijn iPhone 4S de geest en liet ik me ondanks de, naar mijn mening, veel te dure aankoopprijs toch verleiden tot de aankoop van een 6S. Bleek dat ding eigenlijk superonhandig te zijn om aan je arm te hangen. Ik was meer bezig met het feit dat dat elke moment van m’n arm kon vallen, dan met het loopplezier.

Dus begon ik uit te kijken naar een sporthorloge. Liefst één waarop ik mijn muziek kon zetten en kon mee lopen, zwemmen en fietsen. Ik hou graag alles bij, dus een gps was ook mooi meer genomen. En als het even kon, had ik ook graag hartslagmeting aan de pols. Dan was ik in één keer ook die hartslagband rond mijn lijf kwijt (zo min mogelijk balast).

Ik was eigenlijk helemaal gewonnen voor de Polar M600, met mijn RS300x had ik nl. heel goeie ervaringen. Helaas bleek dat je aan de M600 helemaal geen muziek kon linken als je een iOS toestel had. Het was enkel compatibel met Android toestellen. Met heel veel pijn in het hart kocht ik mij een TomTom. Het was nl. niet 100% wat in gedachte had, maar ik ben uiteindelijk wel erg blij met mijn aankoop. Ik kreeg er ook nog bluetooth oortjes bij. Die zitten niet geheel perfect, dus als ik weer wat meer gespaard heb, koop ik er mij nog betere. Maar een gegeven paard kijkt men niet in de bek. Er zit bij deze oortjes enkel nog een verbinding tussen beide kanten. Die loopt achteraan mijn hoofd. Dus ik heb er geen last van tijdens het lopen. Fietsen heb ik tot nu toe nog niet alleen gedaan, dus daarvoor gebruik ik ze niet. En bij zwemmen mag je ze niet gebruiken, maar dat was ik ook niet van plan :-). Ze doen wat ze moeten doen. En het is echt een verademing om al die ballast (telefoon rond m’n arm, hartslagband en oortjes met draad) kwijt te zijn.


Ik ben trouwens ook erg tevreden over de werking van het horloge. Maar daarover later meer …

Maartboek

In maart las ik één boek: Kom hier dat ik u kus van Greet Op de Beeck. Je leest het goed dezelfde auteur als vorige maand. Dat was veeleer toevallig. Ik kocht haar eerste boek op de boekenbeurs, omdat ik er al zoveel goeie dingen over gehoord had. Een maand later had ik een kerstfeestje met de collega’s. We hadden namen getrokken en zorgden allemaal voor een cadeautje. De collega die mijn naam getrokken had, gaf me dus een boek, waar ik overigens erg gelukkig mee was :-). Ik vond ‘Kom hier dat ik u kus’ goed, maar ik vond het wel minder meeslepend dan ‘Vele hemels boven de zevende’. Het boek volgt hoofdpersonage Mona door drie fases in haar leven: als kind, als twintiger en als dertiger. Het hoofdstuk als kind las als een sneltrein, het hoofdstuk over haar leven als twintiger ging al minder vlot en bij het hoofdstuk als dertiger heb ik echt moet zwoegen. Ik verloor de affiniteit met het hoofdpersonage vroeg me af waarom ze dan haar leven niet over een andere boeg gooide. Al bij al vond ik het wel een goed boek en gaf ik het toch nog drie sterren op Goodreads, maar ik zou het dus minder aanraden dan het debuut van Op de Beeck.

Februariboek

In februari las ik opnieuw één boek: Vele hemels boven de zevende van Griet Op de Beeck. Het boek las als een sneltrein, want ik begon eraan eind januari, nadat ik eindelijk A Little Life had uitgelezen, en had het op 1 februari al uitgelezen. Het volgt 5 personages die allemaal op hun eigen manier met elkaar verbonden zijn. Ze zoeken hun weg in het leven en dat lukt voor de ene al wat beter dan de andere. Op de Beeck schrijft op een vlotte en volkse manier (voor mij had het soms wat minder plat gemogen, maar kom :-)). En het boek bleef me van begin tot het einde boeien. Zeker een aanrader. Op Goodreads gaf ik het dan ook 4 sterren.

Warme oproep

Deze week gebruik ik m’n blog even om een warme oproep te doen aan m’n lezers. Zoals jullie al dan niet weten, doe ik dit jaar normaal mee met de 1.000 km van Kom op tegen Kanker. Dit met een van de twee Little Black Bike teams.

Om te mogen starten doen we momenteel nog de nodige werving. Zo is er op zondag 19 maart een pastamiddag in Gent in hostel De Draecke. Ben je uit de regio?  Schrijf je dan in via deze link.

Niet uit het Gentse? Dan is het de ideale gelegenheid om deze mooie stad eens te ontdekken en terwijl een pasta’ke te komen eten. Je doet er mijn teamgenoten en mij een enorm plezier mee. En yours truly zal uiteraard aanwezig zijn om je met de glimlach te bedienen.

Zie ik je daar?