Teleurstelling

Toen we in mei terug een ‘go’ kregen om voor onze kinderwens te gaan, had ik nooit gedacht dat we op dit moment hier zouden staan. Met de mola lukte het ‘al’ na 5 maanden weet je wel. Toen het dit keer na 6 maanden nog altijd niet gelukt was en mijn cyclus veel korter bleek dan daarvoor, besloot ik toch maar eens naar fertiliteit te gaan. Na een hele resem testen, de ene al wat lastiger dan de andere (damn you bloeddrukval tijdens de hysterscopie), bleek dat we allebei perfect vruchtbaar waren. Alleen is mijn baarmoederslijmvlies wat aan de dunne kant en “u wacht er u nu al zolang op mevrouw dus we gaan u ondersteunen.”

Misschien was dat naïef van me, maar voor mij betekende dat: “dan zal het in jullie geval wel snel lukken.” Drie maanden hormonenkuur later en ik doe niets anders dan vol woede en teleurstelling negatieve zwangerschapstesten in de vuilbak kieperen. Want ja als je een hormonenkuur volgt moet je élke keer op het einde van je cyclus testen. Die hormonen die ik op het einde neem, houdt mijn menstruatie nl. tegen en als ik er niet tijdig mee stop, kan ik nog langer wachten voor we een nieuwe poging kunnen wagen. Maar ik haat het elke keer opnieuw, elke keer zo’n test moeten doen en daar een dikke vet min zien staan. Alsof de test je nog een beetje in je gezicht staat uit te lachen: “haha ook deze maand heb je gefaald.” En geen mens die me kan zeggen wat er dan net foutloopt.

En ja ik heb het nu wel genoeg gehoord dat we er te veel mee bezig zijn, maar we zijn er ook een periode niet mee beziggeweest en toen lukte het ook niet hoor. Hoe hard je ook probeert het los te laten op de duur neemt dat toch de bovenhand. Probeer er ook maar eens niet mee bezig te zijn, als je aan het begin van je cyclus naar het ziekenhuis moet, spuitjes moet zetten, nog een paar keer tussendoor naar het ziekenhuis moet voor follikelmetingen en dan nadat je ovulatie gepasseerd is, 14 dagen medicatie moet nemen om dan weer die min te zien. We spreken dan nog niet over IUI of IVF, voorlopig is er van de dokters uit nog alle hoop dat het natuurlijk kan lukken.

De laatste keer zaten er zelfs 4 eicellen klaar, ze hebben er twee moeten wegprikken toen, “want een vierling moeten we vermijden.” En opnieuw mocht het niet baten. Ik word er moedeloos van, er lijkt geen licht aan het einde van de tunnel. Ons leven staat ook compleet on hold. “We zouden nog eens naar de sauna moeten gaan.” “Ja, maar dat is slecht voor de mannelijke vruchtbaarheid.” “Waar gaan we dit jaar naartoe op vakantie?” “Mja moeilijk om te plannen hè want stel dat je dan al x-maanden zwanger bent.”

Bon die sauna is ondertussen geboekt en voor de reis die we in gedachte hadden, zullen we nog een paar maanden moeten afwachten en dan de knoop doorhakken. Ik heb het er even mee gehad nu. Ik wens iedereen die in dezelfde situatie zit als ons alleszins veel sterkte toe!

Comeback

Het is al even geleden sinds ik hier de laatste keer iets postte. De dood van mijn vader was de zoveelste tegenslag in een hele resem tegenslagen en het heeft me tijd gekost om dit te verwerken.

Bovendien werden er een aantal veranderingen aangekondigd op het werk en ook dit was niet wat ik gehoopt had. Ik heb mezelf dus de nodige tijd gegeven om tot rust te komen. Maar ik werk aan comeback :-D!

Ben ik door de radiostilte lezers verloren? Wellicht! Heeft het net iets te lang geduurd? Ja. Soms is tijd en rust echter alles wat een mens nodig heeft.

Alleszins, zij die het nog de moeite vinden om hier af en toe mee te komen lezen. Jullie lezen snel meer van mij!

Afscheid

Niemand kan je voorbereiden op het moment waarop ze je bellen om te zeggen dat je vader overleden is. Ik had al een paar jaar geen contact meer met hem. Toch daverde alles op z’n grondvesten. Letterlijk even, want ik stond te trillen op mijn benen. Een nieuwe slag en ik was nog niet bekomen van de vorige. Ik had het ‘geluk’ dat het mijn broer was die het nieuws bracht en geen wildvreemde. Dat was mijn oma niet gegund. Haar had ik heel die periode ook al niet gezien. Gisteren belde ze me toch. Of ik even wilde langskomen. Ik durfde haar niet bellen uit schrik voor haar reactie en blijkbaar had zij de eerste uren hetzelfde gevoel. Maar daarna nam ze toch haar telefoon en ik ben haar daar erg dankbaar voor.

Ik werkte gisteren nog door tot het moment dat mijn oma me belde. Niet omdat het mij niets deed, maar omdat ik op moeilijke momenten kies om mezelf af te leiden. Zo deed ik dat ook toen ik zelf ziek was. Of toen ik hoorde dat er weer kanker in de familie zat. Voor mij werkt dit. Ik heb ook de comedy show voor het goede doel, waar ik ’s avonds naartoe ging, niet afgezegd om die reden. Hij apprecieerde ook wel goede comedy op tijd en stond. Dus ik denk dat hij niet anders gewild zou hebben.

Ik heb geen spijt van de keuze die ik een paar jaar geleden maakte, want ik had daar toen mijn redenen voor. Wat gisteren wel heel de tijd door m’n hoofd spookte is dat m’n papa waarschijnlijk gestorven is met de gedachte dat we (mijn broers en ik) hem niet graag zagen, niets om hem gaven. Niets is minder waar. Hij is zo vaak in m’n gedachte geweest de afgelopen jaren. Telkens maakte ik dan van m’n hart een steen. Als m’n koersfiets kocht, want dat deed hij ook graag. En dan dacht ik: als het anders was gelopen, fietsen we misschien samen nu. Toen ik de cyclo van Gent-Wevelgem reed en dat gene kattenpis bleek (Rije Rije Rije Rije Stoempe Stoempe Stoempe, weet je wel). En hoe we vaak samen naar de koers keken en lachten met José en ‘de Wets’. De laatste jaren toen ik nog thuis woonde, hoorde daar ook een patéke bij. Hoe ik soms nerveus op mijn dashboard zit te tokkelen als ik mij erger ik het verkeer, gevolgd door een ‘allé jongens’ zoals hij dat ook deed. Hoe hij beter dan geen ander zou begrepen hebben waarom ik soms afspreek met mensen die ik alleen via hun blogs ken, omdat het ‘gelijkgestemde zielen’ zijn. Of telkens als ik een U2-nummer hoor of nog meer een van Springsteen.

Papa, ik hoop dat de last die het leven voor je hier soms zo zwaar maakte van je is afgevallen. Rust zacht!

Donderslag

Hoewel ik hoopte dat 2017 mijn jaar zou worden, liep het niet zoals ik het wilde. De eerste helft ging zoals het einde van 2016. Snel en vol leuke activiteiten. En dan was er eindelijk mei, het einde van het molawachtjaar. Vol verwachting begon ik aan het tweede deel van het jaar, maar er staken wel wat dingen tegen. Zwanger worden lukt voorlopig niet echt, waardoor ik nu in een fertiliteitstraject zit. In de zin dat er bekeken wordt waar het eventueel misloopt. Daarnaast is er ook op m’n job veel stress. Aangezien ik de alarmsignalen herken, deed ik er alles aan om mezelf de nodige rust te geven en te zien dat ik niet op een burn-out afstevende. Om mijn perfectionistische zelf af en toe halt toe te roepen.

En dan als een donderslag bij heldere hemel. Het is er weer … kanker. Niet bij mezelf dit keer, maar bij een naaste uit m’n familie. Ik zeg bewust niet wie, want dit is niet mijn verhaal om te vertellen. Maar ik kan je verzekeren: het hakte er zoveel harder op in dan toen ik zelf ziek was. Het is uit mijn handen dit keer, ik kan zelf niet vechten. Alleen maar proberen klaar te staan om te helpen, om de rompslomp die erbij komt kijken wat mee te verwerken, mentale steun te zijn.  Twee weken na het nieuws weten we sinds gisteren dat het binnen de perken blijft. Dat het behandelbaar is. En daarmee gaan we dan verder, zodat ook nu de nachtmerrie snel gepasseerd is!

Waarom Read my mind?

Onlangs las ik bij Veronique een leuk stukje over m’n blog.  Daardoor kwam ik tot het besef dat ik nooit uitgelegd heb waarom m’n blog Read my mind heet. Veel lezers dachten net zoals Veronique dat hij op de gratis versie van WordPress gewoon ‘Marliese Peeters’ heette, maar zo ijdel ben ik niet :-).

Neen, de reden dat de WordPress-URL onder m’n eigen naam bestond, was omdat ik ooit begon onder een andere naam. Ik wist toen nog niet goed hoe de vork in de steel zat. Dus gemakshalve (vermoed ik) koos ik m’n eigen naam voor de URL. M’n blog ging helemaal in het begin over series, want ik was (en ben) wat seriesverslaafd. Ik keek al series ‘on demand’ voor dat bestond. Dus ik vond het wel een meerwaarde om te vertellen over de series die ik al gezien had en hier nog lang niet te zien waren. De blog heette The Series Killer (jaja over nagedacht :-D) en was in het Engels. Ik denk dat ik dat zo’n twee blogposts lang heb volgehouden. Dit was tijdens een periode van werkloosheid en na die twee posts had ik werk gevonden.

Nieuwe start

Wat later wilde ik m’n blog nieuw leven inblazen, maar niet met hetzelfde thema. Het voordeel van m’n blognaam niet in m’n URL te zetten, was dat ik een totaal nieuwe naam en concept kon kiezen. En dat werd dus Read my mind. Waarom? Wel ik ben nogal een Killers-fan en m’n favoriete nummer van hen is Read my mind (van de al even fantastische plaat Sam’s Town voor de liefhebbers :-)). Ik vond dat dus wel een goede blognaam voor persoonlijke verhalen en dingen die me bezighielden. Vandaar ook de ondertitel: What I do, love and see.

Ik blogde toen nog in het Engels en ook dat heb ik niet lang volgehouden. De reden daarvoor is niet ver te zoeken. Ik ben een perfectionist en schrijven is m’n job. Daarom lees ik m’n blogs dus tientallen keren na voor ik ze publiceer (en dan nog sluipen er soms foutjes in, grmbl). In het Engels valt dat me nog zwaarder. M’n Engels is wel goed, maar toch moest ik tijdens het schrijven geregeld woorden opzoeken. En dan las ik alles dus nog meer na dan ik in het Nederlands al doe. Op de lange duur kroop er meer energie in het schrijven van die posts dan dat ik ervan terugkreeg. Dus opnieuw viel ik stil. Een deel van de posts die ik toen schreef heb ik ondertussen overigens naar het Nederlands vertaald.

Om dan in januari 2015 tijdens een periode waarin ik me steendood verveelde op het werk, terug te beginnen. Read my mind bleef, alleen waren de verhalen nu in het Nederlands :-). Met m’n eigen domein heb ik er nu helemaal voor gekozen en ik heb daar nog geen spijt van gehad.

En jij? Vertel me gerust waar jouw blognaam vandaan komt.

Samen in de file

Ik sta niet vaak in de file, want ik heb het geluk dat het verkeer tussen Mechelen en Wilrijk best meevalt. Alleen tijdens het najaar gebeurt het wel meer dan eens. De reden daarvoor, zo hoorde ik vorig jaar, schijnt dat het merendeel van de Belgen op dat punt geen verlof meer heeft. Daardoor zit dus werkelijk iederéén op de baan.

Gisteren deden onze vrienden van ACOD daar nog een schepje bovenop. Want omdat er geen openbaar vervoer beschikbaar was, waren er nog meer mensen op de baan. Op de R6 was dan ook nog eens een ongeval gebeurd en daardoor zat de ring van Mechelen muurvast. Maar eigenlijk was de zwaarste ochtendspits van 2017 voor mij niet gisteren. Dat was vorige week donderdag. Toen deed ik 20 minuten over een paar 100 meter. Ik vond bijna de aansluiting met de E19, maar ook daar stond alles muurvast. Dus besloot ik dat dit geen zin had, maakte ik rechtsomkeer en werkte ik van thuis uit tot alles uitgeklaard was.

Fileleed verzacht

Gelukkig werd mijn fileleed verzacht door StuBru. Bram Willems had nl. naar Later With Jools Holland gekeken en zag daar een optreden van Queens of the Stone Age. Nu ben ik geen echte QOTSA-fan. Ik heb een paar nummers van hen in mijn muziekbibliotheek. Daarvan is No one knows m’n favoriet. En ik herinner me nog levendig een discussie met m’n BFF en wat vrienden tijdens ons lunchpauze in een broodjesbar. Zij had QOTSA op Werchter gezien en vond het rotslecht. Ik heb het toen opgenomen voor Josh Homme en de zijnen, ik had ze ook al eens live gezien en vond ze net dan ijzersterk. Dat Dave Grohl zich in die tijd aansloot als gelegenheidsdrummer, zal er ook wel iets mee te zien gehad hebben. Ondertussen heeft ze haar mening herzien hoor :-). Zo gaat dat in het leven, soms had zij gelijk en soms ik.

Maar wat ik dus vorige week donderdag op de radio hoorde. Consider my mind blown! Ik geef eerlijkheidshalve wel toe dat ik een serieus zwak heb voor muziek met strijkers en bombastische nummers met wat dramatiek (Writings on the Wall van Sam Smith is er nog zo eentje). Mijn man houdt daar veel minder van. Dus ik besef dat je ervoor moet zijn. Voor mij zou het alleszins niet de laatste keer zijn dat ik het nummer beluisterde. En zo had dat twee keer vertrekken naar mijn werk toch nog wat nut. Maar oordeel vooral zelf …

Roadtrippin’

Mensen die me volgen op Instagram zagen het al voorbij komen. Eind juni/begin juli bevond ik mij in de USA.  Dit keer voor een stukje dat we nog niet gedaan hadden: The South. De reis bracht ons in Atlanta, Nashville, Memphis, Vicksburg, Natchez, New Orleans, Fort Walton Beach, Tallahassee, Savannah, Charleston en terug in Atlanta. Ik weet niet wat het is met Amerika en mij, maar elke keer als ik er ben, voelt dat als thuiskomen. En terwijl ik dit typ, heb ik alweer heimwee naar daar. Geen idee of ik snel zal kunnen teruggaan, maar ik hoop dat het alvast niet de laatste keer was.

Ik neem je even mee langs de steden die we gedaan hebben:

Op dag 2 liepen we door Nashville toen de avond daar viel en dat was prachtig. Ik hield eigenlijk wel van deze stad. Niet van het centrum met alle countrybars, want dat was me te druk. Wel van de gezellige buitenwijken met typische huizen en hun ‘porches’ met schommelstoelen. Was het niet dat ik wist dat het er even hard kan regenen als hier, ik had me er al een buitenverblijf gezocht :–D.


In Memphis gingen we ‘ribbekes’ eten bij BB King’s. Of zeg maar liever ribben. Een collega van me had op me voorhand al gewaarschuwd. Je krijgt er een megarib en maar een minipotje coleslaw. Voor mij had dat wat meer mogen zijn, maar het was wel superlekker. Verder bezochten we ook Graceland. Ik ben geen Elvisfan, maar dit moest ik toch eens gezien hebben. Wat mij daar vooral bijbleef waren de hoeveelheid televisies in dat huis en die zotte Jungle Room. Kitsch ten top :-)!



Over Vicksburg en Natchez kan ik kort blijven, ik vond daar niet veel te zien. In Vicksburg bezochten we het National Military Museum en in Natchez heb ik de Mississipi eens van dichtbij gezien. ‘Nuff said’.



Vervolgens kwamen aan in New Orleans en dat was een voltreffer op vele gebieden. Ik werd er onmiddellijk verliefd op het leuke hotel waar we zaten: Old No.77 Hotel & Chandlery. Dat was mooi ingericht, had deurhangers waarvan de copywriting kon tellen, een goed restaurant waar een runner-up van top chef de plak zwaaide (met trouwens ook lekker ontbijt en goeie koffie). Kortom de hipster in mij was door het dolle heen.




De stad was indrukwekkend. Het had iets Europees en Latijns-Amerikaans tegelijk (te danken aan de Franse en Spaanse invloeden). Verder had het iets donker met de voodoo shops en kerkhoven die in menig serie/film een rol spelen. Een geweldige combo vond ik.



Ik was wel minder fan van de typische keuken. Die gumbo vond ik niet slecht, maar ook niet lekker. Grits vond ik niet te eten. Enkel Jambalaya kon me bekoren. We deden er een kookworkshop, maar die viel dus dik tegen. Alles was al vooraf gesneden. Plan was dat ik zou snijden en Tim zou koken, want ik kan niet goed koken. Stond ik daar zelf in de pannen te roeren of liever orders op te volgen, want veel vrijheid kreeg je er niet. Het resultaat was dus niet lekker en ik weet dat mijn vent goed kan koken, dus dat lag niet aan hem :-). We hadden dit vooraf betaald en het was erg duur, zeker de moeite niet waard.

Na New Orleans arriveerden we in Fort Walton, een stadje waar ik graag wat meer van had gezien. Het had er zo te zien prachtige stranden, maar die hebben we (dankzij een upgrade) alleen vanuit de hotelkamer gezien. We arriveerden er om 17u ’s avonds en tegen dat we gedaan hadden met eten, was het al pikdonker. Toen we verder reden was ik ook omvergeblazen van de grote waterpretparken die er in Florida waren. Ik had er supergraag eens eentje gedaan, maar dat zal voor een andere keer zijn.

Van Talahassee heb ik om een gelijkaardige reden enkel de hotelkamer gezien. En door Savannah zijn we ’s morgens even doorgereden. Deed me erg denken qua stijl aan New Orleans.

In Charleston kwamen we ook tijd te kort. Tim had nl. het lumineuze idee dat hij een iPad wilde aanschaffen. Dus heb ik er van de winkeltjes die er waren, vooral de Apple Store gezien. Daarna zijn we doorgereden naar het lokale park om er de moerassen te zien. ’s Avonds na het eten zijn we er gelukkig nog kunnen gaan wandelen en het was echt een leuk stadje. Je had het gevoel ineens in de Caraïben beland te zijn. De winkeltjes waren er niet allemaal de typische ketens, dus was het jammer dat ik er niet kon shoppen (volgens mij had Tim dat met opzet gedaan ;-)). Maar goed da’s een reden om nog eens terug te gaan.



Ten slotte arriveerden we terug in Atlanta op the 4th of July. We bezochten er die dag het ‘museum’ of doe-center, zo je het wil, van Coca-Cola. Wel eens fijn om te doen. Vooral tasting room, waar je alle smaken van Coca-Cola producten van over heel de wereld kon proeven, was nogal ‘speciaal’. Je bleef er zowat aan de grond plakken van alle suikers. Het was trouwens niet allemaal even lekker.


’s Avonds gingen we naar het vuurwerk kijken. Wat een zotte bedoening was me dat. De aanloop ernaar vond ik nogal saai. Er waren wat optredens van lokale bands, die niet zo goed waren. Op het einde van de avond stonden CeCe Peniston en Bobby Brown op het programma. ‘Ons CeCe’ zingt echter niet zo toonvast en in het midden van Bobby Brown z’n optreden zijn ze maar met het vuurwerk begonnen. Als ware het een soort signaal dat hij er mee mocht kappen (en terecht ;-)). Maar dat vuurwerk, volgens mij is er daar voor ettelijke miljoenen in de lucht geschoten en ook elders in Atlanta zag en hoorde je niets anders dan vuurwerk. Ik zag ook constant brandweerwagens uitrukken. Volgens mij is dat voor die mannen een van de drukste dagen van het jaar. Hopelijk kan ik the 4th ooit eens bij Amerikanen thuis vieren. Dat lijkt me nog veel leuker. Of in New York, dat zou het schijnt ook de moeite, en om een of andere reden twijfel ik daar niet aan :-).


Op onze laatste dag in Atlanta bezochten Tim en ik nog CNN. Wat voor mij, als journalist van opleiding, toch best indrukwekkend was. Dat gebouw is een half dorp. En ook de ruimte waar ze het nieuws voorbereiden/maken was enorm groot. Het is eigenlijk nooit m’n droom geweest om daar te werken, maar toen ik het zag, snapte ik eigenlijk niet goed waarom. Het leek me echt een ‘speeltuin’ als journalist.


Het grote nadeel van deze reis dus wel dat we vaak tijd te kort hadden. We boekten deze reis op voorhand met Connections. Onze laatste reis naar de States was bijna uitgedraaid op een financiële kater en dat wilden we op deze manier vermijden (doordat de hotelkost, kost van de vluchten en de wagen op voorhand vastlag). Het grote nadeel was dat dit veel minder vrijheid gaf en we dus niet konden beslissen om steden zoals Vicksburg en Natchez links te laten liggen en wat langer te blijven in Fort Walton of Charleston. Maar toch beklaag ik het mij nog steeds geen seconde dat we geweest zijn. Net zoals onze andere reizen naar de States was het er namelijk weer eentje om nooit te vergeten. Op naar de volgende …

Virtual Reality afternoon tea

Op zaterdag 17 juni werd ik door het team achter So Buzzy uitgenodigd voor een Virtual Reality afternoon tea bij Hotel Bloom. Ik was op voorhand benieuwd wat dat zou geven. Het virtual reality gedeelte bleek om een rondleiding door het hotel te gaan. De hapjes waren dus gelukkig echt 🙈!

Zo’n VR-bril opzetten, deed in het begin wat vreemd aan. Het was wel serieus de moeite en ik vermoed dat er eigenlijk nog veel meer mogelijkheden zijn. We kregen later nog een ‘echte’ rondleiding door het hotel. Ik was erg blij om het hotel op deze manier te leren kennen. Het lijkt me de ideale uitvalsbasis voor als ik nog eens de 20 km van Brussel loop (toch wel de leukste loopwedstrijd die ik tot nu toe deed). Bovendien ben ik heel benieuwd naar de wafels en toppings die je bij het ontbijt kan maken/nemen (ja, ik denk echt altijd aan eten :-)).

Het werd een leuke namiddag met enorm fijne babbels. Dat vind ik nog steeds het leukste aan bloggen: de mensen die je ermee leert kennen. Ik word niet vaak uitgenodigd voor dit soort events, maar de eerste keer dat dit gebeurde, was het serieus uit m’n comfortzone komen. Ondertussen heb ik al een aantal keer zelf afgesproken met bloggers, die ik enkel van hun online verhalen ken. Die ervaringen hebben me geleerd dat het sowieso leuk wordt. En ik krijg daar energie van, van zo’n namiddag. Dus bedankt Kel om me uit te nodigen. En ook bedankt voor de echte hapjes, Hotel Bloom 😂!

De medaille

Sinds ik sport heb ik al heel wat medailles binnengerijfd. Het gaat hem dan vooral om de gedachte dat je iets tot een goed einde hebt kunnen brengen: 5 km Dwars door Mechelen, 10 km Dwars door Mechelen, Ten Miles, 20 km van Brussel … Toch was ik nooit zo trots als toen ik vorige week zondag (28 mei) mijn medaille in ontvangst mocht nemen. Het was een bloedheet weekend geweest. En het weekend van de 1.000 km van KOTK.


In de voorbereiding was het me al een aantal keer pijnlijk duidelijk geworden. Fietsen ligt me veel minder dan lopen, maar ik doe het voor alle duidelijkheid wel graag. Meer dan eens speelt mijn maag op als ik op de fiets zit. Ik heb een maag die vanboven slecht afsluit en daarmee samenhangend reflux. De houding die je op een racefiets hebt, komt dat niet echt ten goede. Dat je moet eten om 125 km te kunnen rijden, helpt  niet echt. Op de fiets kan ik minder verdoezelen dat ik een slechte dag heb. Want dan komt die man met de hamer langs en dan rijd je op den duur nog slechts 15 km/uur. Voor de niet-fietsers onder ons: da’s traag :-). Bij het lopen, loop ik dan gewoon door, wat meer puffend dan anders.

Gelukkig ben ik ook op de fiets een doorzetter en zo gebeurde het dat ik tijdens de voorbereiding eens 129 km reed, terwijl ik al na 44 km voelde dat het niet meer ging. Een goeie 85 km op karakter dus. Dat moest ik dan achteraf bekopen. Bij lopen doe je dan ook verder op karakter, maar ben je de volgende dag fris als een hoentje. Bij fietsen was ik daarna twee dagen ongelofelijk loom, had ik niks energie. Ook omdat ik geen sportdrank drink en niet genoeg kan bij eten. De tank was dan vaak letterlijk leeg.

Dus staken de twijfels de kop op. Gemiddeld reed ik 20 km/uur en ik moest in het peloton van de 24 km/uur meekunnen (het traagste peloton van de 1.000 km). En wat als ik weer een slechte dag had?

Sfeervol weekend in groep

De eerste twee dagen van het lange weekend begonnen mijn teamgenootjes al aan hun ritten. Ik vatte op donderdag post aan de middagstop in Bornem. De eerste twee teamgenoten kwamen over de streep en ook een vriend van Tim deed zijn etappe. Op donderdagavond en vrijdagavond moedigde ik mijn teamgenoten aan, aan de aankomst in Mechelen. De max, ik was al helemaal opgeladen door de sfeer en het plezier onder teamgenoten en hun partners deed me goed. De volgende dag was het aan mij.


’s Ochtends deden mijn twee teamgenoten hun etappe. In de namiddag reed ik van Ingelmunster naar Mechelen en één van m’n twee teamgenoten die in de voormiddag al reed, zou in de namiddag verder rijden met mij. Ik voelde me goed en de hitte boezemde me geen angst in. Ik had tenslotte al gelopen in zo’n temperaturen en dat is nog zwaarder. Mijn energierepen veranderden tijdens de rit wel in chocomelk, maar eigenlijk had ik vooral water nodig. Dus geen erg. Alles liep goed tot aan de bevoorrading.  We hadden wat moeten afremmen, omdat er nog te veel andere pelotons aan de bevoorrading stonden. En iemand uit ons peloton voelde zich niet lekker, dus stonden we aan de bevoorrading lang stil. Bovendien bleek tot overmaat van ramp dat de drinkfonteinen die ik gebruikt had om mijn drinkbussen te vullen geen plat water, maar spuitwater bevatten. Dan maar schudden met die bussen om de prik eraf te krijgen.


Vervolgens bleken we zo achter te liggen op schema dat de teamkapiteins serieus door begonnen te rijden. Met momenten reden we tegen de 30 km/uur. Ik liet m’n teamgenote nog weten dat ik dit tempo in deze hitte niet zou blijven volhouden. Maar zij bleef me een hart onder de riem steken en loodste me al zingend door de moeilijke momenten. En dan ineens, iemand kreeg plotseling een bloedneus en een andere dame viel bijna flauw. Daar stonden we weer stil te wachten tot iedereen meekon. Ik kreeg een flesje plat water en ik herleefde. Vanaf toen begon het gezond verstand te primeren. Een vrouwelijke teamkapitein maande iedereen aan om op een normaal tempo te rijden. En gelukkig ging het daarna weer wat vlotter voor me.

Op 30 km van de streep kregen we nog een extra tussenstop door de hitte. Nog een halve liter plat water naar binnen werken en door richting Mechelen. Ook aan die laatste tussenstop stonden we weer lang stil, een aantal mensen namen plaats in het volgbusje (allemaal mannen kwam een vrouwelijke teamkapitein ons later zeggen ;-)). Zij werden op 5 km van de eindstreep terug in het peloton gezet, zodat we allemaal samen over de streep konden. Wel mooi vond ik, tenslotte kan je altijd iets tegenkomen onderweg.

En zo kwam het dat we niet om kwart na zeven, maar pas om half negen over de streep kwamen in Mechelen. Een onbeschrijfelijk gevoel. Mijn supporters en teamgenoten schreeuwden me naar de meet. Kiekenvlees krijg ik er nog van als ik eraan denk.


Ik heb hier harder voor moeten werken dan voor eender welk ander sportevenement. Maar het was het zó waard. Bovendien vind ik het heel fijn dat fietsen een teamsport is. Ik loop alleen en doe dat met veel plezier, ik zwem alleen en ook dat is fijn. Fietsen doen Tim en ik vaak met z’n tweetjes. Maar tijdens de voorbereiding heb ik een aantal keer het geluk gehad van in groep te kunnen rijden. Mijn teamgenote was echt van onschatbaar belang tijdens mijn rit. Nogmaals bedankt daarvoor Sofie. En het plezier dat ik met de hele team gemaakt heb tijdens de voorbereiding en tijdens het weekend van de 1.000 km, dat was onvergetelijk! Topteam, topdames!!!

Zondag stond ik opnieuw aan de streep of wat dacht je? En sloten we het weekend in schoonheid af. Gisteren reed ik terug een toertocht van 95 km en met enige trots kan ik zeggen dat ik die al veel beter verteer dan andere ritten die ik deed. Mijn lichaam wil stilaan mee en heb zelfs geen last gehad van mijn maag. Hopelijk mag ik dat meer meemaken :-).

En volgend jaar, volgend jaar doe ik terug mee aan de 1.000 km. Zelfs team, zelfde sport, zelfde sfeer, laten we dat afspreken.

PS Rijd je zelf met de fiets en vraag je je af waar je die mooie outfitjes van ons kan vinden? Die zijn van Little Black Bike, het merk voor damesfietsoutfits van mijn teamgenote Angélique Dupré. Je kan ze hier shoppen: http://www.littleblackbike.cc/

Moe

Ik ben moe, het vat lijkt even op. Ik weet niet wat er scheelt dus als er iemand het herkent, dan mag je altijd tips geven.

Een tijd geleden schreef ik nog dat ik ijzer- en b12-tekort had. De ijzerpilletjes gaven me even een boost, maar die lijkt nu voorbij en de b12 neem ik nog steeds. Toch gaat het op en af met m’n energie. De ene dag voel ik me kiplekker. De andere dag raak ik met moeite m’n bed uit. De laatste dagen ben ik ook heel duizelig.

Even dacht ik aan een herval in klierkoorts (de diagnose werd al twee keer bij me gesteld) of CMV. Maar buiten de vermoeidheid wijst er niets in die richting. 

Het lijkt me ook geen burn-out, want ik doe m’n werk nog steeds graag en het is er zeker niet te druk. En een depressie is het ook niet, want ik voel me mentaal kiplekker. Het is enkel m’n lijf dat niet meewil en da’s frustrerend.

Ik heb al gedacht aan overtraining, omdat ik het aantal kilometers dat ik fiets noodgedwongen snel heb moeten opdrijven. En door m’n maagproblemen kan ik tijdens het fietsen mijn calorieën niet voldoende aanvullen, maar ik voelde me al moe voor m’n fietstrainingen zo begonnen toe te nemen.

Deze morgen stond ik op met barstende hoofdpijn weer duizelig en doodmoe. Ik dacht even wat langer te blijven liggen, want het was m’n thuiswerkdag en dan kan dat wel. Maar natuurlijk kon ik ondanks de vermoeidheid niet meer slapen. Ik voelde me miserabel en had het nu wel gehad. Naar de dokter bellen voor een afspraak dan maar en in afwachting nog wat doorwerken.

Aangekomen bij de dokter voelde ik me echt belachelijk, want er is natuurlijk niks dat wijst op ‘ziek’ zijn. Er is die vermoeidheid, m’n bloeddruk was as usual weer aan de lage kant. Maar verder: geen koorts, geen keelpijn, geen maagpijn, geen buikpijn, geen oorpijn, geen opgezette klieren. Dan wordt het moeilijk natuurlijk. Hij heeft me wat ijzer voorgeschreven om tussendoor te nemen. Omdat dat tenminste tijdelijk een oplossing bood. Hij dacht dat het een virus was en ik moet het wat rustiger aan doen. Ik kreeg een ziektebriefje voor vandaag, maar aangezien ik al een groot deel van de dag gewerkt had, heb ik de werkdag uitgedaan en ben ik daarna ik de zetel gekropen. 

En hier zit ik nu. Ten einde raad, ik wil gewoon terug mijn energierijke zelf zijn. Weten waar het probleem zit. Te meer omdat de kinderwens er natuurlijk is en ik besef dat ik nu nog veel tijd heb voor mezelf en om te slapen. Dat dat met een kindje erbij er zeker niet beter op wordt. En ook voor mezelf. Pas op er zijn weken dat ik ineens bulk van de energie dan denk ik dat het probleem eindelijk over is. Om dan weer eens zo hard met m’n neus op de feiten gedrukt te worden.  Zoals ik al aan het begin van deze blog zei als iemand tips heeft ze zijn welkom. En als m’n vatje met energie zich ineens weer vult dan laat ik het zeker weten!