Virtual Reality afternoon tea

Op zaterdag 17 juni werd ik door het team achter So Buzzy uitgenodigd voor een Virtual Reality afternoon tea bij Hotel Bloom. Ik was op voorhand benieuwd wat dat zou geven. Het virtual reality gedeelte bleek om een rondleiding door het hotel te gaan. De hapjes waren dus gelukkig echt ūüôą!

Zo’n VR-bril opzetten, deed in het begin wat vreemd aan. Het was wel serieus de moeite en ik vermoed dat er eigenlijk nog veel meer mogelijkheden zijn. We kregen later nog een ‘echte’ rondleiding door het hotel. Ik was erg blij om het hotel op deze manier te leren kennen. Het lijkt me de ideale uitvalsbasis voor als ik nog eens de 20 km van Brussel loop (toch wel de leukste loopwedstrijd die ik tot nu toe deed). Bovendien ben ik heel benieuwd naar de wafels en toppings die je bij het ontbijt kan maken/nemen (ja, ik denk echt altijd aan eten :-)).

Het werd een leuke namiddag met enorm fijne babbels. Dat vind ik nog steeds het leukste aan bloggen: de¬†mensen die je ermee leert kennen. Ik word niet vaak uitgenodigd voor dit soort events, maar de eerste keer dat dit gebeurde, was het serieus uit m’n comfortzone komen. Ondertussen heb ik al een aantal keer zelf afgesproken met bloggers, die ik enkel van hun online verhalen ken. Die ervaringen hebben me geleerd dat het sowieso leuk wordt. En ik krijg daar energie van, van zo’n namiddag. Dus bedankt Kel om me uit te nodigen. En ook bedankt voor de echte hapjes, Hotel Bloom ūüėā!

Zwemles: 1 jaar later

Iets meer dan een jaar geleden, op woensdag 8 juni 2016, stond ik in het zwembad, een beetje met knikkende knie√ęn, klaar voor mijn eerste zwemles. De geur van chloor die mijn maag helemaal deed draaien.

Met zwemmen en mij is het nl. altijd een haat-liefde relatie geweest. Al van bij de watergewenning verzon ik excuses om niet te moeten gaan. Hoeveel ik als kind toen gesmeekt heb om thuis te mogen blijven, omdat ik buikpijn had. Niet dat dat lukte, maar ik herinner me dat dus nog en toen was ik nog een kleuter. Waarom ik het toen zo hardvochtig haatte weet ik wel niet meer. Mss hadden de andere kinderen me kopje onder geduwd? Of mss was het omdat ik niet zo snel leerde als de rest? Geen idee …

Daarna kwam het moeilijk leren zwemmen en in het middelbaar hoor ik ze nog roepen: “Peeters, hoofd onder water”, waarna ik altijd een halve lengte moest zitten proesten. Niet voor niets zei m’n zwemleraar de eerste lessen dat hij de angst in m’n ogen zag als ik met m’n hoofd onder water moest. We gingen een 5-tal keer per jaar zwemmen in de middelbare school en minstens twee keer daarvan gebruikte ik mijn menstruatie als excuus. Want ja daar zijn geen andere oplossingen voor ;-).

Soit we zijn dus een jaar verder en ik zwem crawl zonder hulpmiddelen in een 25 meter bad. Zonder constant langs de kant te moeten rusten, omdat de conditie er nog niet is. Ik ben er nog niet helemaal, want ik span m’n core nog niet genoeg op tijdens het zwemmen, maar ook daarin ziet m’n zwemleraar verbetering. Traag maar gestaag lukt het me, dat zwemmen. Het is nu vooral grote liefde en veel minder haat. En die knikkende kni√ęen, de angst om met m’n hoofd onder water te gaan en dat misselijk gevoel als ik de chloor ruik. Dat is gelukkig ook allemaal verdwenen ūüôā …

De medaille

Sinds ik sport heb ik al heel wat medailles binnengerijfd. Het gaat hem dan vooral om de gedachte dat je iets tot een goed einde hebt kunnen brengen: 5 km Dwars door Mechelen, 10 km Dwars door Mechelen, Ten Miles, 20 km van Brussel … Toch was ik nooit zo trots als toen ik vorige week zondag (28 mei) mijn medaille in ontvangst mocht nemen. Het was een bloedheet weekend geweest. En het weekend van de 1.000 km van KOTK.


In de voorbereiding was het me al een aantal keer pijnlijk duidelijk geworden. Fietsen ligt me veel minder dan lopen, maar ik doe het voor alle duidelijkheid wel graag. Meer dan eens speelt mijn maag op als ik op de fiets zit. Ik heb een maag die vanboven slecht afsluit en daarmee samenhangend reflux. De houding die je op een racefiets hebt, komt dat niet echt ten goede. Dat je moet eten om 125 km te kunnen rijden, helpt ¬†niet echt. Op de fiets kan ik minder verdoezelen dat ik een slechte dag heb. Want dan komt die man met de hamer langs en dan rijd je op den duur nog slechts 15 km/uur. Voor de niet-fietsers onder ons: da’s traag :-). Bij het lopen, loop ik dan gewoon door, wat meer puffend dan anders.

Gelukkig ben ik ook op de fiets een doorzetter en zo gebeurde het dat ik tijdens de voorbereiding eens 129 km reed, terwijl ik al na 44 km voelde dat het niet meer ging. Een goeie 85 km op karakter dus. Dat moest ik dan achteraf bekopen. Bij lopen doe je dan ook verder op karakter, maar ben je de volgende dag fris als een hoentje. Bij fietsen was ik daarna twee dagen ongelofelijk loom, had ik niks energie. Ook omdat ik geen sportdrank drink en niet genoeg kan bij eten. De tank was dan vaak letterlijk leeg.

Dus staken de twijfels de kop op. Gemiddeld reed ik 20 km/uur en ik moest in het peloton van de 24 km/uur meekunnen (het traagste peloton van de 1.000 km). En wat als ik weer een slechte dag had?

Sfeervol weekend in groep

De eerste twee dagen van het lange weekend begonnen mijn teamgenootjes al aan hun ritten. Ik vatte op donderdag post aan de middagstop in Bornem. De eerste twee teamgenoten kwamen over de streep en ook een vriend van Tim deed zijn etappe. Op donderdagavond en vrijdagavond moedigde ik mijn teamgenoten aan, aan de aankomst in Mechelen. De max, ik was al helemaal opgeladen door de sfeer en het plezier onder teamgenoten en hun partners deed me goed. De volgende dag was het aan mij.


’s Ochtends deden mijn twee teamgenoten hun etappe. In de namiddag reed ik van Ingelmunster naar Mechelen en √©√©n van m’n twee teamgenoten die in de voormiddag al reed, zou in de namiddag verder rijden met mij. Ik voelde me goed en de hitte boezemde me geen angst in. Ik had tenslotte al gelopen in zo’n temperaturen en dat is nog zwaarder. Mijn energierepen veranderden tijdens de rit wel in chocomelk, maar eigenlijk had ik vooral water nodig. Dus geen erg. Alles liep goed tot aan de bevoorrading. ¬†We hadden wat moeten afremmen, omdat er nog te veel andere pelotons aan de bevoorrading stonden. En iemand uit ons peloton voelde zich niet lekker, dus stonden we aan de bevoorrading lang stil. Bovendien bleek tot overmaat van ramp dat de drinkfonteinen die ik gebruikt had om mijn drinkbussen te vullen geen plat water, maar spuitwater bevatten. Dan maar schudden met die bussen om de prik eraf te krijgen.


Vervolgens bleken we zo achter te liggen op schema dat de teamkapiteins serieus door begonnen te rijden. Met momenten reden we tegen de 30 km/uur. Ik liet m’n teamgenote nog weten dat ik dit tempo in deze hitte niet zou blijven volhouden. Maar zij bleef me een hart onder de riem steken en loodste me al zingend door de moeilijke momenten. En dan ineens, iemand kreeg plotseling een bloedneus en een andere dame viel bijna flauw. Daar stonden we weer stil te wachten tot iedereen meekon. Ik kreeg een flesje plat water en ik herleefde. Vanaf toen begon het gezond verstand te primeren. Een vrouwelijke teamkapitein maande iedereen aan om op een normaal tempo te rijden.¬†En gelukkig ging het daarna weer wat vlotter voor me.

Op 30 km van de streep kregen we nog een extra tussenstop door de hitte. Nog een halve liter plat water naar binnen werken en door richting Mechelen. Ook aan die laatste tussenstop stonden we weer lang stil, een aantal mensen namen plaats in het volgbusje (allemaal mannen kwam een vrouwelijke teamkapitein ons later zeggen ;-)). Zij werden op 5 km van de eindstreep terug in het peloton gezet, zodat we allemaal samen over de streep konden. Wel mooi vond ik, tenslotte kan je altijd iets tegenkomen onderweg.

En zo kwam het dat we niet om kwart na zeven, maar pas om half negen over de streep kwamen in Mechelen. Een onbeschrijfelijk gevoel. Mijn supporters en teamgenoten schreeuwden me naar de meet. Kiekenvlees krijg ik er nog van als ik eraan denk.


Ik heb hier harder voor moeten werken dan voor eender welk ander sportevenement. Maar het was het z√≥ waard. Bovendien vind ik het heel fijn dat fietsen een teamsport is. Ik loop alleen en doe dat met veel plezier, ik zwem alleen en ook dat is fijn. Fietsen doen Tim en ik vaak met z’n tweetjes. Maar tijdens de voorbereiding heb ik een aantal keer het geluk gehad van in groep te kunnen rijden. Mijn teamgenote was echt van onschatbaar belang tijdens mijn rit. Nogmaals bedankt daarvoor Sofie. En het plezier dat ik met de hele team gemaakt heb tijdens de voorbereiding en tijdens het weekend van de 1.000 km, dat was onvergetelijk! Topteam, topdames!!!

Zondag stond ik opnieuw aan de streep of wat dacht je? En sloten we het weekend in schoonheid af. Gisteren reed ik terug een toertocht van 95 km en met enige trots kan ik zeggen dat ik die al veel beter verteer dan andere ritten die ik deed. Mijn lichaam wil stilaan mee en heb zelfs geen last gehad van mijn maag. Hopelijk mag ik dat meer meemaken :-).

En volgend jaar, volgend jaar doe ik terug mee aan de 1.000 km. Zelfs team, zelfde sport, zelfde sfeer, laten we dat afspreken.

PS Rijd je zelf met de fiets en vraag je je af waar je die mooie outfitjes van ons kan vinden? Die zijn van Little Black Bike, het merk voor damesfietsoutfits van mijn teamgenote Angélique Dupré. Je kan ze hier shoppen: http://www.littleblackbike.cc/